Bloemschikkingen Advent en Kerst

Bloemschikkingen Advent en Kerst

In de lezingen tijdens de Adventstijd is het accent gelegd op “plek voor iedereen”, gebaseerd op het jaarthema “Aan Tafel” en dan in het bijzonder “Gods nabijheid”. Je mag je gezien weten en meedoen in de beweging van God en de Geest die zichtbaar werd in Jezus. Iedereen mag zich genodigd weten in Gods nabijheid.
De basis van de schikking symboliseert de tafel. De 4 stammen die de tafel dragen vertegenwoordigen de vier vrouwen die in de stamboom van Jezus genoemd worden. Elke week wordt er iets aan de tafel veranderd en toegevoegd.
In veel niet-westerse culturen is het heel belangrijk om te weten wie je voorouders zijn. Dat was in de tijd van Jezus ook zo. Heel opmerkelijk is het dat er in Zijn stamboom vrouwen staan met een bijzonder moeilijke achtergrond. Aan hen wordt deze Adventsweken en Kerst aandacht besteed.

1e Advent

Eerste Advent, Bathseba de vrouw van Uria, gebroken identiteit. De tafel wordt voor een kwart deel met mos bedekt, de grauwe kleur van jute zal elke week minder zichtbaar zijn. De paarse heide staat voor de rouw. Bathseba rouwt om haar man Uria. De gele kleur van de kogelbloem is de koninklijke kleur – koning David neemt Bathseba tot zijn vrouw.

Jong is zij, mooi
In paarse rouw,
Aan de koninklijke tafel.

2e Advent

Tweede Advent, Ruth, de buitenstaander, geloof in Gods liefde De korenaren zijn gebruikt omdat Ruth terecht komt in het broodhuis Bethlehem. De pinusnaalden (van de pijnboom) verbeelden het verdriet en de pijn van Ruth en Naomi.

Reis naar het onbekende
Pijn om het vertrouwde
Genadebrood
Aan Boaz” tafel.

3e Advent

Rachab, de hoer. Vergeving en bevrijding. Het rood van de appeltjes en bessen verwijst naar het rode koord dat Rachab uit haar raam hing. Rood is de kleur van liefde, van gevaar en pijn. De vleugeltjes van de esdoorn laten zien dat Rachab haar oude leven verlaat. Zij staat aan het begin van een nieuw leven.

Verbonden met het rode koord,
Vruchten van ware liefde
Te vinden in vrijheid.

4e Advent

Tamar, de weggestuurde. God met ons. Het grauwe jute is verdwenen, de tafel is nu helemaal bedekt met mos. De bekleding van de tafelrand is bij Tamar langer dan de andere randen. De pluizige halmen zijn onduidelijk van vorm, een teken van versluiering. De bessen zijn lichtgekleurd: de pijn van Tamar is verzacht doordat zij alsnog zwanger wordt. Het licht brak door haar pijn heen.

Verstopt achter de sluier
Van gekoesterde herinneringen
Komt ruimte
Voor nieuw leven.

Kerst

Kerst, Maria, de moeder van Jezus. God in ons.
Het tafelkleed is klaar. Het mos is overdekt met bloemen en lichtjes in de zuivere, witte kleur van licht en reinheid.

Stralend licht
De nieuwe dag begint
Met sterren in de nacht