Dagelijkse meditaties april

Dagelijkse meditaties april

Donderdag 30 april

De ikoon op de foto is een artsenheiligenikoon uit de 18e eeuw. De iconografie is niet alleen zeldzaam, maar ook interessant: verdeeld over een viertal rijen zijn 50 artsenheiligen, genezers en beschermers afgebeeld. De naam van de heilige staat in de aureool, terwijl in het vakje daarboven een korte beschrijving staat welk soort genezing de heilige als gave van God kan verrichten of bij welke kwaal of ellende zij steun en bijstand biedt. Waarschijnlijk werd deze ikoon geschilderd voor een ziekenzaal van een klooster.

Goddelijke hulp en bijstand bij ziekte is vanaf het vroege christendom belangrijk geweest. De evangeliën staan vol verhalen over ziekte en genezing en al vanaf de eerste eeuw zijn er heiligen bekend die wonderen verrichtten en ziekenzorg verleenden. Deze naastenliefde en ziekenzorg zou zelfs, volgens sommige sociologen en historici, een belangrijke reden zijn voor het succes van het christendom in de eerste eeuwen van haar bestaan. Ziekte en dood waren in elk geval een belangrijk thema in het leven van de gelovige. En in de tijd dat er nog weinig werkende geneesmiddelen op de markt waren, was bidden en bijstand vragen vaak het enige dat de zieke kon doen. En hoewel de gezondheidzorg nu op een veel hoger niveau staat dan in de 18e eeuw, zijn er ook nu nog steeds perioden in ons leven waarin we bepaald worden bij het feit dat het leven niet maakbaar is.

Op de ikoon staan onder meer heiligen die als arts werkten. Ze werden Anargyroi genoemd. Het begrip ‘anargyroi’ betekent letterlijk ‘zonder zilver’ en is de aanduiding voor artsen die zonder geld te vragen hun werk deden. Het gebod dat hieraan ten grondslag ligt komt uit Matteüs 10, waar Christus zijn nieuw geroepen apostelen uitzendt met de woorden ‘Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee.’ (Matt 10; 8,9). Deze filantropische instelling was overigens niet voorbehouden aan het christendom, ook de artsen in het oude Griekenland en Rome werden geacht de armen en zieken te helpen zonder daar een financiële vergoeding voor te vragen. Gelukkig hoeven de professionals hier in Nederland niet voor niets te werken, al kan de beloning misschien hier en daar nog wel wat passender. Toch zijn er ook bij ons veel mensen die zich belangeloos inzetten voor de fysieke en geestelijke gezondheid van anderen. Mantelzorgers die voor ouders of kinderen zorgen, vrijwilligers in hospices, verpleeghuizen, mensen die zich inzetten voor kwetsbare buurtgenoten. Ook voor hen is deze ikoon.

Veel van de heiligen die op de ikoon staan zijn onbekenden voor ons. Maar niet allemaal. Wat dacht u van de heilige Photina? Zij is de Samaritaanse vrouw die Jezus water geeft bij de bron waar hij en zijn discipelen even pauzeren. Ze wordt aangeroepen voor infectieziekten en epidemieën. Verspreidende ziektes, staat op de ikoon. Waarom Photina beschermt tegen die verspreidende ziektes? Misschien wel om de volgende reden; de heilige wordt geassocieerd met de bron van het ‘levend water’ waar Christus in de tekst verwijst. ‘Maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ (Joh. 4:14)

Johannes de Doper staat ook op de ikoon van de artsenheiligen. Vanwege zijn onthoofding wordt hij aangeroepen bij hoofdpijn. Goed om te weten.

Liesbeth van Es

Woensdag 29 april

Kerkdienst in de Schotse protestantse kerk, van de hand van Sir John Everett Millais

Wat God doet, dat is welgedaan
zijn wil is wijs en heilig.
‘k Zal aan zijn hand vertrouwend gaan,
die hand geleidt mij veilig.
In nood is mij zijn trouw nabij.
Ja Hij, de Heer der Heren,
blijft eeuwig wijs regeren.

Wat God doet, dat is welgedaan,
daar laat ik het bij blijven.
Al moet ik door de engten gaan
waar mij de dood zal drijven –
als God mij leidt kan ik de tijd
van duisternis verdragen:
ik zal zijn licht zien dagen.

Dit is het eerste en derde vers van Lied 909 (Gezang 432). Een lied dat mij te denken geeft. Het is een oud lied, eind 17-de eeuw verschenen in het Nürnbergisches Gesangbuch. Deze wijsheid diep ik op uit het Compendium bij de Gezangen uit het Liedboek voor de Kerken. Jan Wit schrijft daar over de tekst die door ene Samuel Rodigast werd geschreven en begin 19-de eeuw in het Nederlands door Petronella Moens  en in onze tijd door Jan Wit zelf vertaald.

Opmerkelijk: dr. Jan Wit was een dichter, die onder andere aan de Psalmberijming heeft meegewerkt; het opmerkelijke is dat Jan Wit blind was. En dat gold ook voor Petronella Moens, die schrijfster was in een tijd  dat er nog geen braille bestond, zoals je kunt zien aan haar wat kinderlijke handtekening onder haar portret.
Opmerkelijk vind ik het dat dit duo blinden de laatste regel van het lied zo vertaald heeft: ik zal zijn licht zien dagen.
Zien met de ogen van de geest, zien met de ogen van het geloof, dat zal bedoeld zijn.

Behoort dat nou tot de vroomheid van de 19-de en begin 20-ste eeuw, die gelatenheid, die berusting, dat je wát je ook overkomt accepteert als uit Gods hand? Gelatenheid, berusting, is dat de sfeer van het lied? Want is het niet een blijk van vrome berusting, dat je zingt: Wat God  doet dat is welgedaan? Of is het misschien een houding, een levensinstelling die ons in onze (corona)tijd iets te zeggen heeft?
Niet zozeer als oproep tot berusting en gelatenheid. Niet dat je meent dat alles wat je overkomt, alles wat er in je leven gebeurt door God gestuurd wordt. Alsof we in deze tijd zouden zeggen, dat die quarantaine door God gewild is. Maar dit lied zingen mag gelden als  teken van levensmoed, een beetje in de trant van dat bekende lied uit Taizé: Nada te turbe, Niets zal je verontrusten, niets zal je bang maken. Wie God heeft ontbreekt niets, God alleen is genoeg.

Taizé- Nada te turbe

De eerste illustratie ook opgediept uit het Compendium, is een tekening van een kerkdienst in de Schotse protestantse kerk, van de hand van Sir John Everett Millais.
We zien een koster staan die als voorzanger fungeerde, waarschijnlijk voor het zingen van een psalm. Maar het lied kan in het verleden ook in ons land zo gezongen zijn.  De Schotse voorzanger liet de Engelse schilder na afloop van de dienst weten dat hij een orgel een instrument van de duivel achtte.  Gelukkig is dat in onze dagen niet meer het geval.
In mijn studententijd woonden wij in Kampen in de Botervatsteeg en achter ons huis hadden wij vanaf het platje zicht op de Christelijke Gereformeerde Kerk, een modern gebouw met een prachtig orgel. Geregeld hebben we daar op ons platje genoten van het orgelspel van Klaas Jan Mulder die daar voor de zondagse eredienst oefende.  Hij heeft Gezang 432 vaak gespeeld en er zelfs bewerkingen van gemaakt. Via de link naar YouTube kunnen we genieten van een fantasie van Klaas Jan Mulder op ‘Wat God doet dat is welgedaan’ .

Klaas Jan Mulder- Fantasie en Toccata ‘Wat God doet dat is welgedaan’

Ad Geerling

Dinsdag 28 april
Een akkefietje in Antiochië…

Akkefietje kan ook met een v, zag ik al. En een bezoek aan Antiochië? Het ligt 750 km noordwaarts vanuit Jeruzalem. Hoe ze dat toch deden? Lopende waarschijnlijk, of iets met een ezel, of een paard – waren er wagens, was het wiel al uitgevonden? Ja natuurlijk, je leest in Genesis al over wagens. Maar verder valt er weinig te mediteren over dit gedeelte. Er was onenigheid – beetje afgezwakt: onduidelijkheid, en dat ging een delegatie vanuit de kerngemeente even rechtzetten. Het is een kleine episode die een beetje kleur geeft aan de verhalen over de beginnende christelijke kerk.

Ik vroeg me alleen af wat de actie van deze mannen nu heeft uitgehaald. Ze hadden zich natuurlijk een doel gesteld. Je hoort het ze zeggen: we moeten zorgen dat dit verschil in inzicht uit de wereld is, dan kunnen we verder. De Pinkstergeest was immers vaardig over de mensen geworden, de christengemeenten groeiden in aantal en grootte. Organiseren is dingen doen om ruimte te krijgen om andere dingen te doen, die ook moeten gebeuren.
Maar of dit bliksembezoek aan een verre stad echt iets heeft opgelost? Lees verder in Handelingen, er kwamen alleen nog maar meer problemen, met onoverbrugbare verschillen.

En toch goed dat ze gegaan zijn, de mannen. Dit punt moest worden aangepakt. De waarde van hun inspanningen kunnen we niet aflezen uit het resultaat. Maar wel uit hun inzet!

Dit brengt me in het heden. Nu er zoveel onmogelijk is geworden, zoveel wegen zijn afgesneden, is er veel lege tijd gekomen. Ik betrap me erop dat ik gewend was altijd dingen aan te pakken om ze maar af te hebben, zodat ik met het volgende aan de gang kon. Ik deed alles met een doel, en dat doel was iets dat weer verderop lag. Nu denk ik: neem de dingen maar zoals ze zijn, geef aandacht aan wat zich aandient, en laat het verder los. Zo vult de tijd zich wel.

Gelukkig heb ik dit stukje nu bijna af. En dan kan ik nu de tuin in, nog wat onkruid plukken. Morgen schijnt het te gaan regenen. Voor die tijd heb ik het mooi schoon.

Een mens is nooit uitgeleerd…

Ale Pietersma (bij Handelingen 15: 22-35)

Maandag 27 april
Handelingen 15, 6 – 21

De Open Kring van Antiochië.

Soms is er zomaar een probleem, lees ik in Handelingen 15.  Het begint met een vraag van mensen uit Judea: moeten mensen die eerst heiden waren en nu christen, ook niet worden besneden? Moeten zij niet worden als wij? Wij die vanuit het jodendom christen zijn geworden? Voor ons is besnijdenis een tweede geboorte, je geboorte voor God namelijk, teken van het verbond, teken van Thora. 

Maar zo begrijpelijk en stellig als zij er mee komen, is ook het antwoord van Paulus: moet je niet willen, dus niet doen. Zijn argument: leg ze geen juk op dat ze niet kunnen dragen. Of beter gezegd (lees zelf maar): zij vallen, net als wij en jullie, onder de liefde van God. Meer hoef je niet te willen.

Probleem nu opgelost? Natuurlijk niet. En er volgt nu een voorbeeldig staaltje van heen en weer praten en begrip kweken door vanuit Jeruzalem een brief mee geven naar Antiochië, waarin zo ongeveer dit staat: geef ruimte aan joodse christenen door de sabbat te laten vieren en laat ook zelf in je eet- en leefgedrag merken dat het gaat om de eerbied voor God.
Want één ding hebben jullie toch samen: delen in de liefde van God.   

Daar in Antiochië hadden ze dus een diepgaand probleem kunnen krijgen. Maar dat werd het God-dank niet omdat er tact was, geduld, dienend leiderschap van Paulus en Barnabas. Waarbij zij de hele gemeente er bij betrokken.

Denkend aan dit dreigend conflict, zag ik ds. Saskia van Meggelen weer voor me, die onlangs bij Annemiek Schrijver was in de Verwondering. Zij legde op aller tafel dat kwetsbaarheid soms een moeilijk te hanteren onderwerp is in de kerk. En idem dat je als kerk je fouten wilt toegeven. Met deze negatieve houding kun je de kerk zogezegd wel redden maar tegelijk iets wezenlijks verliezen onderweg. Het blijft altijd weer een kwestie van vallen én opstaan (Pasen). Ook vandaag.

Siebren van der Zee

Zaterdag 25 april
Psalm 95

Merci Auguste.

Van twee vriendinnen kreeg ik de keuze tussen twee stukken Carrara marmer die ze op hun reis door Italië hadden meegenomen.
Ik koos voor het stuk waar….. voor mijn gevoel….. twee handen in opgesloten zitten….

Op zoek naar een beter idee voor de vorm van een been bladerde ik door een boekje over Auguste Rodin en kwam daar de handen tegen die mij aanspraken.
Het is niet een paar handen, een linker- en een rechterhand; nee, het zijn twee rechterhanden……

Dus…. twee mensen?……. mensen die de handen weten te gebruiken, die ze uitsteken naar elkaar om te geven, te ontvangen?
Van wie zijn die handen?

Welke handen hebben wij?????????

Bob Wierenga

Vrijdag 24 april –

Prediker 12:1-14

Een onwaarschijnlijk mooie tekst, bijna een lied, lezen we vandaag. Tamelijk onbegrijpelijk ook met onze huidige oren. Beelden die ons uitnodigen te zoeken naar betekenis. Wat me ontroert is dat  Prediker een beeld schetst van de mens op zijn kwetsbaarst, waar het leven niet meer hip en spannend is, waar krachten afnemen en mogelijkheden minder worden. En wat me dan misschien nog wel meer raakt is de verbeelding met woorden uit de natuur en de gewone alledaagse mensenwereld. Over hoe wij mensen ouder worden en kwetsbaar zijn, schrijft Prediker in beelden. Net als over hoe God is, hoe we over God praten, dat kunnen we niet anders dan in beelden, verhalen en metaforen uit ons dagelijks bestaan, uit de gewone dingen.

Dat leerde ik vroeger op de Vrije Universiteit van professor Aad van Egmond, hij overleed deze week. Ik herinner me als de dag van gisteren dat hij in een klein collegezaaltje hoog in het duifgrijze betonnen VU gebouw vertelde over de relatie tussen hem en zijn vrouw, en zo legde hij ons alles uit over de relatie tussen God en ons. Als twintigjarige student was ik gefascineerd en geraakt. Zo had ik er zelf ook vaak aarzelend over gedacht, dat dingen van God in woorden en ervaringen van mensen vorm krijgen. Dat de professor dat zei, gaf mijn gedachten een soort wetenschappelijke kern! Later werd ik dominee in het dorp waar de professor en zijn lieve vrouw woonden. Hij liet me rustig mijn beginnersfouten maken en was daarin een waardevolle leermeester.

De professor, die we Aad noemden, doopte onze zoon George. Dat ontroert me nog als ik er over schrijf. Voor Aad van Egmond gaat het in de theologie en nog meer in het geloof om God, liefde en vrijheid. Het komt aan op “empathie, compassie, goed naar elkaar luisteren, er zijn voor elkaar en elkaar dragen”. In zijn boek “Het christelijk geloof” lees ik: ‘Ik geloof dat er een vorm van onvoorwaardelijke liefde bestaat waar wij in ons leven af en toe een glimp van opvangen, in onszelf en bij anderen.’
Dat kleurt vandaag de woorden van Prediker, die deze dagen zo anders binnenkomen dan anders.

“De dag waarop….de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken.
Wanneer de deuren naar de straat gesloten worden,
De molen geen geluid meer maakt,
het fluiten van de vogels ijl van toon wordt…..
Je durft geen heuvel te beklimmen,
de weg is vol gevaar….”
Woorden waarmee Prediker ons iets wil zegen over ouder worden, over onze menselijke kwetsbaarheid, sterfelijkheid. “Wanneer de adem van het leven weer naar God gaat, die het leven heeft gegeven. Lucht en leegte, zegt Prediker, alles is leegte.”

En in die leegte dus Van Egmonds pleidooi voor het opvangen van glimpen van onvoorwaardelijke liefde. Voor hem is kern van het geloof: ‘God is onvoorwaardelijke liefde in volmaakte vrijheid.’ Om nog eens over na te denken.

Marjanne Dijk

Donderdag 23 april

HET LICHT IS EEN GENOT!

Wat een weldaad voor de ogen om de zon te zien. (Prediker 11:8)

Sinds enkele dagen slingeren er een viertal lijstjes op mijn bureau rond. Af en toe krabbel ik er wat bij, of ik streep weer wat door. Of het ene gaat van het ene naar het ander lijstje en soms zelfs weer terug. En er kwam op het laatst zelfs nog een lijstje bij, maar daarover straks. Je snapt de omstandigheden wel waaronder deze lijstjes er gekomen zijn. Hier volgt de stand voor nu (morgen kan het weer anders zijn).

NUTTELOOS
EN WAARDELOOS
NUTTELOOS
EN WAARDEVOL
NUTTIG
EN WAARDELOOS
NUTTIG
EN WAARDEVOL
De wekker (ik hoef toch niet vroeg op)
De gewonnen gratis toegangskaarten voor de dierentuin
Mijn vliegtickets naar Macedonië (begin juni)
Weer een avondje Netflix met een grote bak Netbix
Mijn flexdag
Uitrekenen hoeveel glazen anderhalve meter bier is
M’n  OV-kaart
Uitslapen
Mijn filmhuis-abonnement
Enzovoort













Vaarbewijs halen
Een mooi boeket bloemen op de vaas
Die nieuwe motor
De zon op mijn achterterras
Zomaar even bellen met mijn dochter, deed ik anders niet zo vaak.
Kopje koffie met de buren, elk aan de eigen kant van de heg
Elke ochtend scheren (want een dag niet geschoren is een dag niet geleefd)
Met de fotocamera en de fiets naar de IJssel om de opgaande zon te vangen
‘s Morgens samen een kop thee op bed, krantje erbij.
Een kaartje schrijven naar een collega op uitzending
Een goed boek lezen
Het dagelijkse rondje wandelen door de buurt (had ik maar een hond die me drie keer per kan uitlaten)
Het salaris dat maandelijks gewoon gestort wordt (daar hoeven we ons gelukkig geen zorgen over te maken)
Mijn telefoon = verbinding met de buitenwereld.
De buitenwereld: familie allereerst, vrienden, collega’s.
Regelmatig tele-vergaderen met mijn collega’s in het land en horen hoe het met ze gaat
De cabaretprogramma’s (via Netflix) van Tim Fransen
Een uur door het bos rennen
Extra lekker koken
Vrijwilligerswerk aan de telefoon voor #Nietalleen
Opnames maken voor 4 mei bij het Vliegermonument in SSB
Columns schrijven




Tot mijn grote opluchting is het lijstje ‘Nuttig en waardevol’ het langst. En tot mijn verrassing kon ik niet echt iets bedenken bij ‘Nuttig en waardeloos’. Blijkbaar vind ik nuttig waardevol (wat zegt dit over mij?). En wat maakt iets dan waardevol? Als ik mijn lijstje overzie dan zijn het vaak ‘relatiedingen’ of zaken die ik zinvol vind. En het gaat om wat ik mooi vind en uiteraard om sporten en humor. Zin vinden in iets is ook vaak zin hebben in iets, en dat we dit kunnen zien, dat we de zon zien schijnen. Ik ben benieuwd hoe dat bij jou is. Rare tijden, laten we er maar wat van proberen te maken, het licht proberen te vangen. Hoe zal het lijstje er over een maand uitzien?

Oh ja, het vijfde lijstje. Met trouwens maar 1 ding:

WEET NIET
Mondkapjes dragen

ds. Anne ZweersWoensdag 22 april

Over Prediker 10 :12 – 20

Die Prediker, dat vind ik een moeilijke man. Die bijna alles wat hij onder de zon ziet, het najagen van wind vindt ! Lucht. Woorden die hij méér dan eens gebruikt. Toegegeven: hij ziet niet veel opwekkends om zich heen. Dat kennen we.

Maar nú dan : hoe kijkt hij naar wijsheid en dwaasheid, zin en onzin ? Met permissie, eigenlijk toch een open deur ? Over dwaasheid die uiteindelijk nergens toe leidt, de weg volkomen kwijt zijn. Maar – gelukkig daar tegenover ook — dat de woorden van de wijze een genade zijn. (eigenlijk woord)

Dat klinkt al positiever.  Maar wat zul je ermee, als alle gezwoeg, werken, overleggen toch tot niets leidt ?

Tussen haken: wel sterk, dat hier in dit Eerste Testament deze twijfelaar, deze vaak ontkenner, een volwaardige plaats heeft gekregen ! Met al zijn naakte waarheden ook: over regeerders/koningen die zich als een kleuter gedragen, en hun ambtenaren die — in navolging — ‘s morgens al gaan dineren …

En toch, dit boekske zo wat doorlezend, ( ja-ja !) blijkt hij toch niet zomaar een ontkenner te zijn. Die conclusie is te vlot. Veel eerder iemand die – door alles heen — op God hoopt. Aanspoort toch het goede, de tien Woorden te doen, te zijn, zo ongeveer! Met daarin een toon van verwachting.

 Niet denkend dat wat een mens niet ziet, er ook niet zit. B.v. de zin van dit bestaan!

Joke van der Zee

Dinsdag 21 april

Afgelopen zondag was het Pasen in de oosters orthodoxe kerk, een week later dan bij ons. De orthodoxe kerken hanteren de Juliaanse kalender, dat maakt onder meer dat zij Pasen vaak op een andere dag vieren dan de westerse kerken.

Een mooie reden om naar een ikoon van Pasen te kijken:

Anastasis, Rusland (Moskou), ca. 1600, 32 x 27 cm

Centraal op de ikoon staat Christus, dat is natuurlijk te verwachten op een Paasikoon. Maar het is niet de afbeelding van de zwevende Christus boven het graf, zoals wij misschien gewend zijn om te zien. In de orthodoxe kerk ligt de nadruk bij Pasen niet op het lijden en sterven van Christus omwille van onze schuld, maar op de overwinning op de dood. Een overwinning voor iedereen.

De bronnen voor de paasiconografie zijn de evangeliën en het apocriefe evangelie van Nicodemus. Na de kruisiging daalt Christus af in het rijk van de dood. Wij kennen het misschien nog wel uit de (Niceense) geloofsbelijdenis. Het is maar één zinnetje: ‘die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden’.

Dat zien we dus op de ikoon, dat nedergedaald ter helle. Christus vertrapt de poorten van het rijk van de dood. In dat rijk verblijven de zielen van de overledenen, ze wachten op de komst van de Messias. Christus grijpt twee mensen bij hun pols en trekt ze uit de dood. Het zijn Adam en Eva, de eerste mensen. Op de meeste ikonen wordt alleen Adam vastgepakt, maar deze ikonenschilder lijkt wat geëmancipeerder. Hij laat ze beiden tegelijkertijd uit de dood opstaan. En dan te bedenken dat deze schildering rond het jaar 1600 is gemaakt.

Achter Adam en Eva staan oudtestamentische figuren. We herkennen David en Salomo aan hun kronen, ze staan rechts op de ikoon. De profeet Daniël staat naast hen, hij draagt de kenmerkende witte muts met rode bol. Er is ook iemand uit het Nieuwe Testament aanwezig. Johannes de Voorloper staat aan de linkerkant van de ikoon. Wij kennen als Johannes de Doper. Hij wijst op Christus, alsof hij wil zeggen: ‘Kijk, daar is hij dan.’

De verlossing uit de dood is niet alleen voorbehouden aan de belangrijke mannen en vrouwen uit het Oude Testament. Linksonder zien we een grote groep figuren, in het wit gekleed. Dit zijn de ‘gewone’ mensen. Zij kijken hoopvol naar Christus, die hoog en groot boven hen staat. Ook zij worden gered uit het rijk van de dood. Pasen is voor iedereen.

Bemoedigend, zo’n eeuwenoude ikoon…

Liesbeth van Es

Maandag 20 april

Op de rol voor deze dag staat een gedeelte uit Prediker dat misschien eeuwen geleden geschreven werd, maar actueler is dan ooit. Prediker 9: 11 – 18.
Ik licht er enkele zinnen uit om de actualiteit ervan te laten zien.

‘Het is beter dat je luistert naar de kalme woorden van de wijzen dan naar het geschreeuw van een heerser onder dwazen. Wijsheid is beter dan het wapen gekletter van zo’n dwaas; hij alleen richt al veel goeds te gronde.’

Ik weet niet hoe het u vergaat in deze crisistijden, maar ik word moe van nieuws; de krant lees ik met een half oog, het Journaal alleen om 8 uur ’s avonds en vaak met tegenzin: weer corona, corona, corona. Ja, ik weet het: het is de keiharde werkelijkheid en daar kun je en moet je niet voor wegduiken, maar ik loop wel de kans om met die dwaas uit de VS geconfronteerd te worden.

‘Hij alleen richt al veel goeds te gronde.’

Dan stem ik liever ’s avonds af op de livestream van Taizé (spreek uit Tèzee en a.u.b. niet Taajzee). Daar wordt elke dag een avondgebed live uitgezonden, met een enkel woord, een paar gebeden, veel biddende stilte en muziek, liederen.
 Eén van de liederen uit de rijke liederenschat van Taizé wil ik wat nader belichten.

Avondgebed Taizé in coronatijd

Taizé is een oecumenische klooster in de Bourgonge. Op een heuvel vlakbij het dorpje staat een gigantische kerk,  door Duitse jongeren als teken van verzoening na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Daar komen vanuit de hele wereld jongeren bijeen om te zingen en  te bidden en met elkaar te spreken en de Bijbel te bestuderen en het leven en het geloof met elkaar te vieren. Het lied Aber Du weisst den Weg für mich is zo’n lied dat als een mantra keer op keer herhaald wordt gezongen.

Het is een lied op tekst van de man die in deze maanden in de Open Kring nogal eens ter sprake wordt gebracht: Dietrich Bonhoeffer. Uit zijn morgengebed zijn een aantal woorden op toon gezet. Het lied is opgenomen in de Taizébundel Adem in ons.

Uit de woorden spreekt een groot vertrouwen in de nabijheid van de Eeuwige ook al zijn de tijden onzeker, ook al is er geen zicht op Gods wegen en geldt het gebed uit Psalm 25: 2 Here, maak mij uwe wegen door uw Woord en Geest bekend. Ook al is de toekomst onduidelijk en hangt er over de werkelijkheid de sluier van de vraag waar het heen gaat, het lied spreekt het vertrouwen uit dat bij de Eeuwige de weg voor ons bekend is. Zingend bid je dan ook om helderheid: al die gedachten die je door het hoofd schieten, de toekomst die je donker inziet, de vrees dat je vergeten bent, dat niemand je ziet, laat dat gepieker, dat getob er niet meer zijn. Om een beetje geduld, een beetje licht bidden we met dit lied.

U kunt het meezingen. Het lied hieronder heb ik overgenomen uit Bonhoeffer 75 Van Horen Zingen. En als dit filmpje aanklikt, kunt u met de jongeren in Taizé, in die gigantische kerk meezingen:

Ad Geerling

Zaterdag 18 april – Psalm 111
Het begin van wijsheid…

Toen onze dochter werd geboren hebben we lang getwijfeld tussen de namen Irene en Sophie. Vrede en wijsheid. Welke naam geef je je kind mee op zijn of haar levensweg? Is een mens beter af met wijsheid of met vrede? Of is de een het gevolg van de ander? Zonder wijsheid geen vrede. Zonder vrede geen wijsheid.

Ik ben dol op wijsheid.., maar ik krijg er de vinger niet precies achter. Omschrijf het maar eens in ‘gewone mensentaal’ zonder al te filosofisch of theologisch te worden. Wijze mensen meen ik te herkennen aan hun zachte blik en de glimlach die ze altijd om hun mond en in de ogen lijken te hebben. Zo wil ik ook zijn… Maar ja, hoe? Wijsheid komt met de jaren, zegt men, en zou beginnen met een verlangen naar vrede. Je kunt er boeken op naslaan, zoals de bijbel, maar de hoeveelheid tekst wat aan wijsheid is gewijd, is onmenselijk veel. Maar toch, langzaam begin ik te denken dat alle wijsheden hetzelfde begin- en eindpunt hebben.

Deze psalm zegt dat wijsheid begint met ‘ontzag voor de Heer’. Ik lees dat niet als simpel regeltjes van de wet naleven, maar weet hebben van en leven vanuit iets groters, iets wat we niet kunnen ‘pakken’, wat ons als mens overstijgt. Zou wijsheid in dat geval beginnen bij luisteren? Luisteren met het oor van je hart zoals de kloostervader Benedictus het zijn monniken zo mooi voorschrijft in zijn Regel. Echt luisteren naar wat de ander zegt, ook al zegt hij het niet met woorden. Niet blijven hangen bij een boze uitdrukking van angst, waar bijvoorbeeld vandaag de dag internet mee vol gekliederd staat. Weten wanneer je moet spreken en wanneer het beter is te zwijgen. Niet oordelen, laat staan veroordelen.

We hebben als mens iedere dag opnieuw de keus om te leven uit angst of liefde. Het lijkt me duidelijk dat wijsheid wordt gevoed door een keuze voor liefde. Met vrede als gevolg.

O ja, onze dochter noemden we Irene.

Riet van der Wenden

Vrijdag 17 april

Dat we

Dat we eerst
Dat jij begint te
En dat ik dan
Dat ik dan zo
En dat jij dan
Zo erlangs en
Dat ik jou dan
Dat ik dan zo
Dat we
terwijl buiten
wij hierbinnen
dat we daarna
wij dan daarna
dat we
ooo

Joke van Leeuwen

Dit gedicht kende ik al langer. Altijd las ik het als een gedicht over dat moeizame onhandige eerste stukje van verliefd worden. Een beetje om elkaar heen draaien, ongemakkelijk naderen en moeiteloos afstand nemen. Nu stuurde mijn moeder het me op. Wonderlijk hoe anders het gedicht nu klinkt! Ik zie mijzelf die aarzelende enkele keer bij de supermarkt of de bouwmarkt. Het om elkaar heen bewegen, scannen of er iemand mijn kant op komt, neurotisch aan de zijkant van het gangpad lopen. De dans met de winkelwagens, die vriendelijke meneer van de desinfectie. Vier weken geleden had ik dit gedicht nooit met deze ogen gelezen. Had ik nooit deze beelden erbij gekregen. Waren de woorden niet op deze manier bij me binnen gekomen. Misschien kunnen we hieruit concluderen dat dít het moment is om de hele boekenkast te herlezen met nieuwe ogen. De hele Bijbel opnieuw door te gaan. Alle oude DVD’s nog eens opnieuw te zien. Mijn vrienden en geliefden met andere ogen te bekijken. Maar dat gaat niet, met de drukte in het ziekenhuis, een opleiding die online en wel doorgaat, een moeder die alleen is en een gezin dat thuiswerkt. Daarom beschouw ik dit gedicht als een klein geschenk deze week. Een inzicht in de overweldigende innerlijke impact van de intelligente lockdown. Een geschenk dat ik graag aan jullie doorgeef.

Marjanne Dijk

Donderdag 16 april
Exodus 16: 1-20

Ze kunnen het leven niet goed aan.
Een woestenij is het. Lange dagen. Eentonig. Langdurig ook. Geen zicht op verandering.
En ze willen eruit, dit moet stoppen.
Dat kun je wel willen, zeggen Mozes en Aäron, maar daarvoor moet je niet bij ons zijn. Wij doen al wat we kunnen, maar wij hebben het niet in de hand.

Zo gaat het in deze dagen ook bij ons: het is een weldaad te zien hoe mensen goed zijn voor elkaar, elkaars lasten dragen, moed geven, hoop. We doen wat we kunnen.

Maar achter alle oproepen om elkaar te steunen, en ondanks alle attenties, telefoontjes, acties is er toch steeds de angst. Er hangt een onheil in de lucht.
En wie denkt niet: wat gebeurt hier? mijn léven, mijn léven… Waarom is dit zo? Ik verdraag het niet! Ik wil terug naar hoe het was! We hadden het zo goed.

Daarvoor moet je bij God zijn, zeggen Mozes en Aäron. Want je vraagt iets dat wij mensen elkaar niet kunnen geven.

Ik denk dat ze gelijk hebben.
Maar wat doet God, als mensen zich tot Hem richten?

Hij geeft mannah’, vertaald: ‘wat is dat?’. Hij geeft iets – je begrijpt het niet goed, maar het is er. Israël kreeg dat van God, het was voor elke dag genoeg, en het maakte dat ze konden leven in de woestijn.

Nu wij. Wij zoeken ook naar God. Laat Hij ons te hulp komen.
En zie het wonder: van dag tot dag gaat het licht over ons op, en avond aan avond sluiten wij onze ogen en waakt Hij over ons. Zo is Hij ons nabij. Dit is zijn antwoord.

‘Mannah’ – wat is dit?
Het is: dat er, midden in deze crisis, in je binnenste steeds opnieuw een basaal weten ontstaat, dat het toch altijd weer verder kan – wat er ook gebeurt en hoe het er ook aan toe gaat. Aan die ervaring heb je voor elke dag genoeg.

Het is van God. Het heeft te maken met de vogels van de hemel en de bloemen van het veld – u weet wel wat ik bedoel.
En met Pasen natuurlijk.

Ale Pietersma

Woensdag 15 april
Exodus 15: 22 – 27 – Getest

Wij durven te geloven dat wij – na Pasen – iets onaantastbaars in ons hebben; een uittochtgevoel, redding, hoop. Zoals Israël dat viert na de uittocht met het lied van Mirjam: de Heer is koning, voor eeuwig!

En dan prompt drie dagreizen zonder water. En áls ze dat dan eindelijk gevonden hebben, is het ondrinkbaar, bitter als gal. Is dit nog een tocht naar het beloofde land? Waar is God nu? Zij MORDEN. 

Hoe nu verder? In een biddend overleg wijst God Mozes op een bepaalde plant of zoethout, dat kan helpen. Bidden kan kennelijk ogen opendoen: de Héér wees hem op dat stuk hout.

Dus mogen zij nu dan eindelijk dat nieuwe water gaan drinken.  Nee, zo staat dat er niet. Zij krijgen wel een soort oefening, in regel en recht, staat er letterlijk. Ofwel onderwijs in geloven. Met als kern (van deze Tora): je zult van brood alleen niet leven.

En zo wordt Israël meteen na de uittocht getest: of je ook in de woestijn (of in een corona-crisis) mensen van God kunt blijven. En kennelijk heb je daar een soort structuur van God (levenswet) voor nodig om daar doorheen te komen. Een test in leren, vertrouwen. In feite een doorlopende test. Mogelijk ook in deze dagen…

Slot van dit verhaal: wie deze structuur van God inbedt of in-bidt in zijn/haar leven, kan volgens Exodus nog geloofs-oases tegen komen onderweg, zelfs 12 waterbronnen, lees ik. 

Siebren van der Zee

Dinsdag 14 april
Exodus 15: 1 – 21 – Engel

Sinds het ontstaan van onze “Open Kring” is er ook al een gespreksgroep. Een SOAPgroep…..Samen Over Alles Praten!!!!!

En dat is dan ook over de meest uiteenlopende zaken….. En het wonderlijke is dat we al die jaren nog nooit een stille zondagavond hebben gehad, nog nooit zonder gespreksstof hebben gezeten. Eenmaal per maand komen we bij elkaar op de koffie en ontspringt er weer een bron…..

Als groep zijn we ook twee keer in een klooster geweest. Wat een geweldige ervaring!!!! Bij zo’n klooster is er dan ook vaak een “winkeltje” met stichtelijk boeken en religieuze voorwerpen. Zo zag ik daar een verbeelding van een engel.

De houding, de uitstraling sprak mij erg aan en ik heb geprobeerd dit te vangen in een witte lichtdoorlatende steensoort Seleniet.

Hebben we juist in deze tijd niet allemaal graag zo’n engel bij ons/ om ons heen?

Bob Wierenga

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is engel-Bob-Wierenga-818x1024.jpg

Maandag 13 april- Een met de natuur                                                    

Ik trek de voordeur achter me dicht en ruik vrijheid en zorgeloosheid.  Ik had afgesproken met een kennisje om, op een veilige afstand van elkaar, een potje te gaan bootcampen, in een parkje vlakbij huis. Zeker in deze tijd smacht ik naar lichamelijke inspanning, heb er daarom zin in.
We gaan samen bewegen om het lichaam lekker los te maken. Ondertussen een beetje kletsen, in de natuur, op een mooie lentedag. 
Eerst rennen we als warming-up een rondje om het park, op een smal pad. Op het pad zien we een groepje pratende mensen; met een handgebaar van ons geven we aan dat we gaan afbuigen, en niet langs hen hoeven gaan. Dat geeft ons allemaal ruimte.
Vervolgens doen we allerlei oefeningen, waarbij we als steun de grond aanraken met onze handen, en in zitstand tegen een boom plaatsnemen; dit voelt al best aards, zo op een natuurlijke manier contact te maken met natuur. Op een gegeven moment doen we ‘sit-ups’, bewegen van liggen naar zitten; ik nog met een handdoekje tussen rug en gras, mijn bootcamppartner zonder. Al bewegend kijk ik onwillekeurig naar boven; ik zie zwaaiende boomtakken van bomen die er al jaren staan, ze steken mooi af tegen een blauwe lucht gemarkeerd door zonnestralen, ik hoor de ruisende wind, zingende vogels, ik ruik schone lucht, en ineens overvalt mij een gevoel van geluk, een-zijn met de natuur.….
Iets later denk ik hierover na en vraag me af: “Hoe vaak kijk ik eigenlijk naar boven, liggend in het gras?” Misschien toch maar eens vaker gaan doen…

Sigrid Aalfs

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is lucht.jpg

Zaterdag 11 april- Mattheüs 27, 1 – 56
Deo Volente

Vandaag is het Stille zaterdag, dag van de Paaswake. Vanavond komt alles samen. We hebben nog geen woorden voor hetgeen is gebeurd, het is ook nog geen Pinksteren, dan spreken we ons pas uit in begrijpelijke taal, maar het begint wel te dagen.

We horen vanavond over schepping, we horen profeten. Een broer en een zus, de één uit het basis, de ander uit het voortgezet onderwijs, stellen digitaal vragen. We beantwoorden hen vanuit de Schrift in de hoop en het gebed dat zij en hun leeftijdsgenoten het begrijpen en vooral vertrouwen.
We horen en zien het doopwater stromen. We horen de namen die het afgelopen jaar zijn gedoopt. We zien het brood gebroken en de wijn geschonken worden. Wie weet doet u thuis mee. Best wel gek, maar we willen een geloofsgemeenschap zijn.
Stille zaterdag, dag van verstilling, dag van bezinning, dag van de Sabbat. Naam die geworteld is in een woord dat ‘ophouden’ betekent. Hou even op met al je activiteiten. Sta eens stil bij het werken aan onze levensweg. Wat is ons allemaal overkomen de afgelopen periode?
Met die vraag gaan Maria uit Magdala en de andere Maria tegenover het graf zitten (61).
Wat is ons allemaal overkomen? Wat hebben we allemaal wel niet meegemaakt?

Kort voor de veertigdagentijd, die een quarantainetijd blijkt te zijn geworden, horen we donderdag 27 februari toen nog minister Bruins zeggen: ‘eerste coronapatiënt in Nederland’. Wat doen wij in die veertig dagen?

  1. Zondag Invocavit
    We delen deze eerste zondag, 1 maart, brood en wijn. Het Open Kring koor ondersteunt, schouder aan schouder, de eredienst. Brood losscheurend aanreiken doen we maar niet, wel de oude vertrouwde witte blokjes casinobrood zelf van de zilveren schaal afnemend. De wijn wordt gegeven in medicijnbekertjes, voor ieder een. U mag handen schudden, maar zwaaien en een lichte Japanse buiging als groet blijken een mooi alternatief. De een schudt, de ander zwaait, de volgende buigt.
    Vrijdag 6 maart overlijdt de eerste Nederlander aan het coronavirus.
  1. Zondag Reminiscere
    Op 8 maart gaat Joke van der Zee ons voor. We worden voorzichtiger. Ambtsdrager van dienst buigt lichtjes naar Joke, Joke buigt lichtjes terug. Het is nog wat onwennig, maar er is vooral begrip. Na afloop geen handen schudden. We drinken wel een kop koffie, de voorzichtigheid neemt toe.

    Donderdag 12 maart – liturgie voor de komende zondag staat reeds op de zondagsbrief – horen we dat bijeenkomsten met meer dan honderd mensen verboden zijn. ’s Avonds zitten we als moderamen bij elkaar: wat doen wij? We besluiten door te gaan, maar nu via de sociale media, live streaming.
  1. Zondag Oculi
    We volgen de liturgie met negen goede vrouwelijke en mannelijke zangers, die de gemeente rijk is. Schouder aan schouder zingen zij zondag 15 maart de liederen. Bemoedigende reacties vanuit de gemeente, we gaan door.

    In de middag krijgen we te horen dat de scholen dicht gaan. De volgende dag, maandag 16 maart, spreekt minister-president Rutte het volk toe. De woorden ‘social distancing’ krijgen vleugels: ‘blijf op anderhalve meter afstand van elkaar!’ Donderdag 19 maart treedt Bruno Bruins af als minister van Medische Zorg, het wordt hem teveel. Vrijdag 20 maart spreekt de koning het volk toe. Zijn intonatie is vlak, de situatie is ernstig.
  1. Zondag Laetare
    Zondag 22 maart laat de techniek ons enigszins in de steek. We beginnen tien minuten later. Wordt het teveel voor de streamingdiensten? We blijken niet de enige gemeente die het zo aanpakt. Ale Pietersma leidt ons in een soort Morgengebed. Camerawerk is wat onwennig, het is nog zoeken. Nu geen zestien personen aanwezig, maar zes.

    Maandag 23 maart krijgen we te horen dat alle bijeenkomsten tot 1 juni worden verboden. Alleen rouw en trouw met maximaal dertig personen.
  1. Zondag Judica
    Zondag 29 maart gaat Siebren van der Zee ons voor. Kerkdiensten volgen via social media went snel. De Schriftlezing verschijnt in beeld, het zingen wordt gemist.

    Zorgen over de druk op behandelend en verzorgend ziekenhuispersoneel. Is er voor hen genoeg beschermende kleding? Zijn er genoeg Intensive Care bedden? Hun beroepen klinken in onze gebeden. Wordt de ‘anderhalve meter’ maatschappij ons nieuwe normaal?
  1. Palmpasen
    Zondag 5 april. Gelukkig, een van de technici heeft zijn beide kinderen gevraagd een Palmpasenstok te maken. Het krijgt aandacht! Hosanna! Maar snel daarna begint de lijdensweek, de Stille week. De liederen worden solo gezongen. We zijn slechts met vijf personen, maar het is goed. Er is verbondenheid met de gemeente.

    Op woensdag 8 april ontvangt in Rotterdam de eerste coronapatiënt plasma met antistoffen. Licht aan het einde van de tunnel, of slechts één zwaluw?

Eergisteren Witte donderdag, het laatste avondmaal, alles wordt geruimd, nog brandt de Paaskaars. Gisteren, Goede vrijdag, Jezus is gekruisigd en sterft, de Paaskaars wordt gedoofd. Prachtige stemmen. Vandaag Stille zaterdag, dag tussen dood en leven, duister en licht. Dag van bezinning, dag van onzekerheid.

We leven in een stille zaterdag periode. Periode van bezinning en onzekerheid: moeten we alle behoeftes wel willen bevredigen? Is het niet teveel? Moeten we doorgaan met de bio-industrie? Moet alles de markt op? Moeten we blijven vliegen? Kunnen we met deze vragen omgaan? We willen zo graag controle!

Het graf werd bewaakt en verzegeld door veiligheidsdienstpersoneelsleden (66), maar, ook al zijn de letters van aankondigingskaarten verdwenen, alles gebeurt D.V.: Deo Volente.

Gezegende Paasdagen! Cor Baljeu

Vrijdag 10 april

Op de panelen zie we hoe Jezus opgaat in deze wereld, door zijn overgave. Hij cijfert zichzelf weg. Maar laat Hij daarmee een leegte achter? Of opent Hij zo voor ons een ruimte?                                                                                                                                                                   Anne Zweers

Klik op de foto voor een vergroting
Klik op de foto voor een vergroting

Donderdag 9 april- Mattheüs 26, 17 – 75

Gethsemane

In 2002 heeft een groep gemeenteleden op zich genomen om voor de Lijdensweek de twaalf Kruiswegstaties te verbeelden. Ieder nam een statie “op zich” en ging daarmee aan de slag. Voor mij had ik Gethsemane gekozen; Jezus biddend, bloed zwetend, alleen gelaten………
Hij vraagt aan Zijn Vader of deze beker aan Hem voorbij mag gaan……

Ik ben met een groene speksteen aan de slag gegaan en daar is dit “beeldje” uit gekomen. Een knielende man op z’n knieën met de handen opgeheven voor een oude boom.
Aan de achterkant een figuur die “heerlijk relaxed” ligt te slapen……

Is Jezus echt alleen?
Van God en mens verlaten?
Ik kan het me niet voorstellen; toen Jezus bij Johannes kwam om in de Jordaan gedoopt te worden verscheen er een “duif” en klonk er een stem….
En nu zou Jezus alleen zijn in doodsnood?

De boom waar Jezus voor geknield zit heeft iets beschermends, iets van een vleugel van een duif????
Ik denk dat we het ons niet altijd beseffen maar Hij is er wel ALTIJD!!!!!

Bob Wierenga

Woensdag 8 april

Tot elke prijs (Mattheüs 26, 1 – 16)

Nee, we gaan het niet hebben over machtshonger van schriftgeleerden
en ongelooflijke jaloezie van discipelen. Laat maar!  ‘t Is wel duidelijk.

Overigens opvallend rauw, het onbeschaamd vileine gehuichel
van de leerlingen. Nog niet veel geleerd dus.

Maar midden in dit duistere verhaal straalt daar die
onbenoemde vrouw met dat albasten flesje vol dure olie !

Rembrandt kan daar een schitterende plaat van hebben gemaakt.
Vanuit een vunzig leugen-duister naar dit lichtende middelpunt!
( Misschien heeft hij het wel gedaan; ik weet ik het niet )

Maar … hoe kán het eigenlijk, dat iemand—ja, tot elke prijs ! – vasthoudt
aan die Liefde, dat Vertrouwen dat eenmaal in haar/hem gegroeid is ?

Hoe bereikt een mens dat ongedachte peil ? Van b.v. ook vele joden in
die vreselijke kampen ooit ? Hoe kon Bonhoeffer dat hebben/ houden ?

Daar komen we dus niet uit. We weten dat het bestaat ! Dat God zo in ons
kan werken. Kwestie van toelaten ?  Zóu genoeg kunnen zijn, ja!

Joke van der Zee

Dinsdag 7 april

In het (nu gesloten) Bijbels Museum in Amsterdam hangt momenteel de expositie Kees de Kort|Ikonen die ik in samenwerking met het Bijbels Museum heb samengesteld. Op het eerste gezicht twee totaal verschillende vormen van religieuze kunst. Maar er zijn zeker ook overeenkomsten. De Kort schildert geen plaatjes bij het verhaal, hij schildert het verhaal. Zijn werken dragen de essentie van de Bijbelverhalen met zich mee. Ze ademen tijdloosheid. Er is weinig uitleg bij nodig. Het ís het Bijbelverhaal. Ook voor traditionele ikonen geldt dat deze niet bedoeld zijn als illustraties of interpretaties. Een ikoon is geen interpretatie van het heilige, maar is het heilige.

Die overeenkomsten zijn goed te zien in de afbeeldingen voor Palmpasen. Jezus is te zien, gezeten op het ezeltje. Hij rijdt naar Jeruzalem. Er staan mensen om hem heen en er worden jassen op de grond gelegd.

Toch zijn er ook verschillen. Op de afbeeldingen van Kees de Kort is nog niets te zien van de gebeurtenissen die op de intocht zullen volgen. Er is feest, er wordt gezwaaid met palmtakken, mensen juichen. Op de ikoon wordt wel vooruitgeblikt. Christus rijdt voorop, een groep volgelingen staat achter hem. De poort van Jeruzalem is een groot zwart gat. De stad in de achtergrond is chaotisch opgezet, heel anders dan meestal op ikonen te zien is. De mensen in de stadspoort lijken geen ruimte te maken voor Christus maar blijven staan. Het is dubbel: aan de ene kant feest, maar wat gaat er nog komen?

We weten dat Jezus doorgaat, Jeruzalem in. We weten ook hoe het afloopt. Dat vertrouwen in die afloop maakt dat ik de Stille Week altijd wat dubbel beleef. Aan de ene kant het lijden, het verdriet van de beide Maria’s en de discipelen. Het feest van Palmpasen en dan die plotselinge omslag. En aan de andere kant altijd weer dat perspectief op Pasen.

Dat dubbele ervaar ik nu nog meer. Het leven in een tijd waarin ik heen en weer geslingerd word door wat er om me heen en in mijzelf gebeurt. Angst om wat er nog gaat komen. Zorgen om mensen om me heen; zieken, kinderen die nu niet naar school kunnen, onderlinge spanningen die oplopen in een situatie waar we nog nooit eerder in zaten. Maar ook zoveel lichtpuntjes. De cijfers die voorzichtig laten zien dat de regels waar we ons nu aan houden lijken te werken. De bomen in mijn tuin die gaan bloeien. Het nieuwe leven dat zich zo overduidelijk aankondigt. De betrokkenheid van mensen op elkaar in de vorm van kaarten, brieven en bloemen. De initiatieven om lokale ondernemingen te steunen. En het perspectief op het moment dat we langzaam weer mogen ontwaken uit onze lockdown. 

De dubbelheid van het leven, van ons leven, zo zichtbaar in de afbeeldingen van Palmpasen, is altijd aanwezig. Aan de ene kant de angst, het lijden en het verdriet. En aan de andere kant het licht dat telkens weer ontbrandt in de duisternis. En terwijl ik dit schrijf, hoor ik al heel pril, heel voorzichtig de klanken van lied 601 in mijn hoofd. ‘Lied dat ons aanstoot in de morgen.’ Hier twee versies:

De orgelbespeling van Sietze de Vries op Stille Zaterdag 2019:

Orgelbespeling over Lied aan het Licht

En Trijntje Oosterhuis, die de teksten van haar vader zingt:

Trijntje Oosterhuis zingt Lied aan het Licht

Liesbeth van Es

Maandag 6 april

Het is maandag, de maandag van de Goede Week.
Deze week wordt ook wel de Stille Week genoemd.
En eerlijk gezegd heb ik wat moeite met die betiteling. Stil, hoe moet dat nou:ik hou van zingen.
Past het dan wel om in de Stille Week te zingen, muziek te maken? Past het wel om in de week waarin het Lijden van Jezus Christus ons als Evangelie verkondigd wordt, te zingen?
Natuurlijk wel, is het antwoord dat mij prompt te binnen schiet, als ik bedenk dat in deze dagen de Passionen van Johann Sebastian Bach zouden moeten klinken in kerken en concertzalen. In deze tijden is dat verboden om in kerken en concertzalen samen te komen. Daar kan dus niet gezongen worden: Kommt ihr Töchter, helft mir klagen en Wir setzen uns mit Tränen nieder – uit de Matthäuspassion. En Jezus kan ook niet het wiegelied: Ruht wohl uit de Johannes Passion toegezongen worden.  
Gelukkig kunnen we zoals we ook onze kerkdiensten online kunnen meevieren, die muziek online horen en eventueel ook zien uitvoeren, bijv. via die prachtige site All of Bach.

Ja, ik hou van zingen, zoals misschien bekend is, zingen in koren en soms solo in een Open Kring.
Zo heb ik ook in het Vocaal Theologen Ensemble gezongen. Onder leiding van Hanna Rijken hebben we op drie keer twee cd’s vele liederen uit het nieuwe Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk  gezongen.
Die cd’s, toen die uitgebracht werden, heb ik aan wijlen mijn oude moeder gegeven. Zij woonde toen nog – 95 jaar oud – in haar flatje op zichzelf. Zondags ging zij in Alphen aan den Rijn in Protestantse Gemeente De Lichtkring zo veel mogelijk ter kerke en zong dan die nieuwe liederen graag mee.  
In de weekends had zij wel eens een oude vriend te gast, oom Harm zoals we hem noemden was 98 jaar oud.
Mijn moeder vertelde mij dat zij met hun tweeën zondags na de kerkdienst die cd’s opzetten, niet alleen om die te beluisteren maar vooral ook om mee te zingen. Het Liedboek op schoot; als er een volgend lied zou beginnen werd de cd-speler even op halt gezet, het betreffende lied in het Liedboek opgezocht om vervolgens de cd-speler weer te laten draaien en samen met de cd mee te zingen.
Ik koester deze herinnering, ik heb een warm gevoel bij de gedachte dat zij die zo graag zong deze liederen thuis gezongen heeft.

Een van die liederen die mijn moeder en oom Harm samen met mij op deze manier gezongen heeft, is Lied 852.

U komt mij, lieve God,
zo nederig nabij.
In dagen van gemis
en moeite vindt U mij.

Een troostrijk lied ‘in dagen van gemis’. Het geeft  troost als het gemis  van geliefden die elders ook in quarantaine zijn verdriet geeft, als het gemis van geliefden die er niet meer zijn, overleden door het virus, pijn doet.
Het vertrouwen dat de Heer in deze tijden, als de ‘man van smarten’ (vers 3) ons nabij is, ‘een lotgenoot, een vriend o Heer die bij mij zijt’ geeft ons troost.
Ik nodig u uit het Liedboek te pakken en Lied 852 op te zoeken.

En ik nodig u uit dat samen met mij via de track van CD III/2 te zingen:

13 U Komt Mij, Lieve God (852)- Het Vocaal Theologen Ensemble En De Buitenschoolse Koorschool Utrecht O.L.V. Hanna Rijken;

     Ad Geerling

Zaterdag 4 april Exodus 13:1-16 Land van melk en honing

De golven op de Milligerplas rollen met grote witte koppen over het water en spatten uiteen op het strand en de keien voor ons huis. Dat zien we niet vaak, alleen met een harde noordenwind zoals afgelopen zondag laat de plas zijn koude, boze koppen zien.

Ik moet denken aan de wereld van vandaag, vol angst. Als bange golven worden we woest neergesmeten in een nog onbekende toekomst. Veilig aan land zullen we nog lang nahijgen van het coronageweld.

In het stuk van vandaag bleef ik hangen bij een ‘land dat overvloeit van melk en honing’. Bij het lezen van die paar woorden overviel me gelijk een gevoel van rust. Een heel ander beeld dan die stormachtige golven. Een liefelijk beeld. Een toekomst waarin niemand gebrek lijdt, waar we allemaal in rust en vrede genieten van al het goede dat de natuur ons te bieden heeft. Een soort aards paradijs. Wat een vooruitzicht moet dat zijn geweest na zoveel jaren leven onder een hard slavenjuk.

Ook ik droom van een land van melk en honing, straks als het coronavirus uitgeblust is. Simpel en eerlijk eten van wat het land ons geeft; een vredig en waardig bestaan voor iedereen. Samen delen, spelen en samen eten aan de oevers van rustig kabbelend water.

Gewoon melk en honing. Niets meer en niets minder.

Riet van der Wenden

Foto: Hans Smits

Vrijdag 3 april- Verlangen naar vieren (Exodus 12: 43-51)

Via mijn katholieke collega geestelijk verzorger in het ziekenhuis ontving ik de richtlijnen van het bisdom met betrekking tot sacramenten in corona-tijd. Het meest ontroerde mij de zin dat “het verlangen naar het sacrament ook de genade van het sacrament geeft”.

Ik heb die zin een poos in me om laten gaan. In deze tijd zijn veel dingen onmogelijk of op zijn minst veel ingewikkelder. Het bisdom spreekt in haar missive over bijvoorbeeld de ziekenzalving. Door de snelheid waarmee corona-patiënten achteruit kunnen gaan, en door het feit dat bezoekers maar zeer minimaal toegang hebben tot de corona-units, is de bediening van het sacrament van de ziekenzalving soms eenvoudigweg niet mogelijk. Het bisdom zegt dus: als de zieke of de familie naar het sacrament verlangt, geeft dat verlangen ook de genade.

Zo kan je ook kijken naar de viering van de Maaltijd van de Heer, op Witte Donderdag volgende week. Want het is intussen ook nog maar gewoon even veertigdagentijd. En bijna Pasen. De maaltijd, samen in een kring in de Open Kring, we geven brood door, we geven wijn door: het lijkt iets uit een andere werkelijkheid. Zou het zo zijn dat het verlangen naar dat delen, dat samenzijn, ook al de genade geeft? Dan is het zaak dat verlangen niet op te geven!

Die viering van de maaltijd op Witte Donderdag heeft weer alles te maken met het pesachmaal uit het bijbelgedeelte van vandaag. Ik schrik eerlijk gezegd als ik de buitengewoon exclusieve regelgeving lees die de Heer daar aan Mozes en Aaron meedeelt. Geen vreemden aan tafel, alleen als je er bij hoort, niet buitenshuis eten van een ander nemen. Even kwam de gedachte bij mij op: het lijkt wel vieren in tijden van quarantaine: alleen eten wat in je eigen huis bereid is, geen vreemdelingen of werknemers toelaten, slechts wie bij de club hoort (“schoon is”) mag mee doen.

Maar ja, dat krijg je in deze barre tijden, dat je alles leest met een corona-bril. En misschien snappen we dingen daardoor soms wel beter dan ooit. Vrijheid is ons veel waard, maar heeft een hoge prijs. Jouw vrijheid om te gaan en te staan waar je wil, kan in tijden van een pandemie een bedreiging voor jezelf en de ander vormen. En toch…het verlangen naar vrijheid zullen we toch niet kwijtraken? In dat verlangen naar vrijheid zit misschien al iets van de genade.

 “Als vrijheid was wat vrijheid lijkt….” heet een lied van Huub Oosterhuis. Daaruit als afsluiting deze woorden, over verlangen gesproken.

Verlangen, pijn van onbekende duur:
turen de verte in, niet kunnen laten
een stad te zien, een tuin, doorschijnend water
dan valt de nacht over het middaguur.

Maar voorgevoel van liefde duurt het langst,
heugenis aan het woord in den beginne,
licht – ongebroken val het bij ons binnen.

Even zijn wij ontkomen aan de angst.

Marjanne Dijk

Donderdag 2 april- Exodus 12: 29 – 42

Even kijken naar de lezing van vandaag… Even…? Ik weet niet of u eraan toekomt de hoofdstukken in Exodus waarin we bezig zijn ook echt te lezen. Ze zijn de tijd en moeite wel waard! Dit zijn verhalen die ergens – doe maar een gok, niemand weet het – ergens tussen 1000 en 500 voor Christus zijn ontstaan en in Israël hebben gecirculeerd. Ze zijn steeds mondeling doorverteld, en langzamerhand is er een schriftelijke vastlegging gekomen. En nu, nog eens 20 eeuwen later, lezen wij deze vertellingen. En ze raken ons! Dat vind ik zo bijzonder.

De spanning loopt op. Mozes en de farao staan op het laatst tegen elkaar te schreeuwen. Nu komt het erop aan: de farao, die de onderdrukking van mensen in zijn godsdienst heeft verankerd, staat tegenover Mozes. En Mozes spreekt namens God, de trouwe bondgenoot van Israël, die alleen maar vrijheid vrede ruimte liefde respect mededogen rechtvaardigheid zingen spelen kleuren bloei gezondheid begrip welzijn zon en licht wil (vul aan wat u nog vindt ontbreken).

Maar… dat diezelfde God hier alle eerstgeborenen van de Egyptische bevolking doodt…? Dat vind ik onbegrijpelijk. Ik vind het niet passen. Hoe kan dit bestaan?

Hoe los ik het op? Eerst zeg ik: het is een vertelling. En daarin kun je dingen laten gebeuren die niet echt zo gebeurd hoeven te zijn. Maar het wordt zo in scene gezet, als het ware op een toneel uitgebeeld, om uit te laten komen hoezeer het goede soms op het kwade bevochten moet worden. Een gevecht op leven en dood. En in dat gevecht is God helemaal betrokken. Hij is een strijder. Die voor de troepen uit de vijand tegemoet gaat.

Als wij spreken over God (eeuwig, hemels, goddelijk) spreken wij over Hem als een persoon. En dan is het met God net als met mensen: een persoonlijkheid heeft vele facetten. En dit, dat Hij zo’n strijd voert, is er een van.

In deze tijd zien wij God liever van een andere kant. Die Hij ook heeft. Altijd die enorme bewogenheid.

Ale Pietersma

Woensdag 1 april- Exodus 12, 14 – 28  

Dit onderweg-geloof

Een heel hoofdstuk over de instelling van het Paasfeest. Zeven dagen ongezuurd brood (ma-s-ot, vergelijk onze matzes). Het is het brood van de haast, het ‘brood van de verdrukking’. Doe dit, generatie na generatie, zo ben je – in haast – uit Egypte geleid/gevlucht. Zo eet je, zeven dagen lang, ongezuurd. Vergeet het niet, doe dit, let op elkaar, je doet het voor de Heer.

En dan dat lam dat elke familie moet kiezen. Strijk het bloed van dat lam op je deurposten. Pesach betekent: God spaart, wij leven uit zijn hand.

Als uw kinderen gaan vragen: wat betekent dit gebruik? Antwoord dan: ‘God ging in Egypte aan onze huizen voorbij, ons heeft Hij gespaard’. Pesach betekent: God gaat ons (sparend) voorbij.

Geloven is: altijd weer in de startblokken staan. Het is gedenken, het moet tot in je huis tastbaar zijn dat je leeft van ontvangen, van doorgeven, van gespaard worden. Nee, je hebt het niet, en je bent er ook nooit, het is altijd een onderweg-geloof. Een oud boekje (Heidelbergse Catechismus) wist dat al: je hebt altijd maar een begin. Want God maakt je draad(je) wel af. Kwestie van vertrouwen.

zij leven als dat lam 
zij weten van haar bloed
zij gaan over hun drempel
zij komen door de nacht

zij leven van zeven dagen
zij passeren bitterheid
zij zijn al opgestaan
zij reiken naar het Licht

zij leven dood voorbij

Siebren van der Zee

Getagd met