Dagelijkse meditaties juli 2020

Dagelijkse meditaties juli 2020

Zaterdag 4 juli

Zacharia 9: 1-9

Als uitgangspunt kies ik vers 9: Geen tiran zal het ( land) nog binnenvallen, want nu waak ik er met eigen ogen over.

Als we in de jaren 70 op vakantie waren in Frankrijk belden we af en toe naar huis. Eigenlijk had ik daar een hekel aan, het voelde als een beperking van mijn vrijheid. Het ging in tegen mijn vakantiegevoel waarin ik alles wilde loslaten. Zelfs geen krant wilde ik zien.

Maar was dit  contact ook echt beperking van (mijn) vrijheid? Is vrijheid doen en laten wat ik wil? Want betekent vrijheid? Doen en laten wat er in je hoofd opkomt? Ik denk het niet. En zie met lede ogen aan tot welke uitwassen dat soms kan leiden. De tirannie van het eigen ik komen we overal tegen in de politiek, de gezondheidszorg, de maatschappij. Het is het tegenovergestelde van het goede leven.

Er zijn verschillende soorten van vrijheid. We kennen negatieve vrijheid, vrijheid waarin je niet bang hoeft te zijn voor een overheerser, een tiran;  waarbij je je niet bemoeit met een ander. Een andere vrijheid, de positieve is de mogelijkheid om zelf te kiezen hoe je je leven inricht, gebruik maken van je vrije wil.

Positieve en negatieve vrijheid hangen samen. Beide vormen lijken op een Januskop; een gezicht met twee ogen die vooruit kijken en twee ogen die achteruit kijken. Bij een keuze maken in vrijheid spelen verleden en toekomst een rol, je hebt de vrijheid om te kiezen, het geeft je de verantwoordelijkheid het beste te kiezen in deze situatie, rekening houdend met de vrijheid van anderen om je heen.

Die vrijheden kunnen botsen met elkaar en onze democratische samenleving heeft daar nu op verschillende manieren mee te maken. Vrijheid willen voor jezelf en je denkbeelden kunnen botsen met anderen en andere ervaringen.

Kerkvader Augustinus zei het zo: Heb lief en doe wat je wilt. Ware liefde wil ook het goede voor de ander. Dan kan iemand doen wat ze wil omdat het op het goede gericht is.

Het tegenovergestelde van vrijheid: oorlog, ballingschap is wat Zacharia ( God herinnert) heeft meegemaakt. Zacharia de profeet uit een priestergeslacht zegt de omringende volken van Israël de wacht aan. Ze zullen ten onder gaan want ze richten zich niet op het woord van de Heer dat zegt: Ik zet je in  vrijheid om het goede te doen. Geloven is vrijheid, vrijheid tot het goede leven…….

Of zoals Zacharia schrijft: je hoeft niet bang te zijn voor onvrijheid want God zal over ons waken. Zolang Hij het oog op ons houdt en wij onze ogen openhouden voor de ander, kunnen we gebruik maken van onze vrijheid om het goede te kiezen.

Daarom was ik blij dat we in de afgelopen tijd eigen inbreng hadden in hoe we ons leven wilden indelen, we werden niet gedegradeerd tot willoosheid. Onze eigen verantwoordelijkheid werd  aangesproken. Een tiran kan  in veel gedaantes tot ons komen. Om een tiran, zoals je Covid 91 misschien mag noemen, te bestrijden, leverden we stukjes vrijheid in, om de grotere vrijheid, vrijheid te zijn van ziekte, te behouden.

Vakantie, vrijheid. Een tijd voor nieuwe ervaringen, om op te laden voor degenen die weggaan of dat thuis doen. Voor degenen die achterblijven een tijd van afwachten en opgelucht zijn als ieder weer veilig thuis is. Een tijd van vrijheid en verantwoordelijkheid.

Nu mijn eigen kinderen op vakantie gaan, zoeken ze gelukkig contact, dat vergroot mijn vrijheid.

Er is ons toegezegd dat er over ons, ons land en onze kinderen gewaakt wordt.

Toke Hoekstra

Vrijdag 3 juli

“Jij mijn licht en bevrijding
wat zou ik nog bang zijn, voor wie?
Psalm 27, uit: 150 psalmen vrij, Huub Oosterhuis

In een recente onlineviering vanuit de Michaelskerk in Zwolle, geleid door Jan Doelman, speelt Toon Hagen een bewerking van psalm 27. Wat je leest, voelt, denkt, ziet in de psalm, krijgt vorm in het orgelspel. We horen ook een gedicht van Anton Ent, uitlopend in de woorden: “waar fluiten vogels van rust en verzoening.”

In een tijd van onrust, je opgesloten voelen, verlatenheid, eenzaam, alle dingen anders dan gewoon, minder menselijke contacten, vraag je je dat inderdaad af: waar dan, die rust, die verzoening. Die psalm, wat wil die ons zeggen? Een gebed om hulp is het denk ik. Eigenlijk zo basaal en eenvoudig: God is je bron van licht en bevrijding. Je hoeft niet bang te zijn. Bij God ben je thuis.

“Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn met jou.
Als jij mijn licht bent
vrees ik niemand,
als jij mijn rots bent, sta ik sterk.

Dit ene heb ik jou gevraagd:
dat ik mag zijn met jou.
Als jij mijn plaats bent
woon ik veilig,
bij jou in huis
ben ik goed af.”

Met deze woorden van Huub Oosterhuis sluit ik mijn reeksje meditaties op dit platform af. De coronatijd gaf zorg en angst: deze woorden gaven me rust en kracht. De coronatijd maakte dat we veel meer in ons “materiële” huis waren dan anders. Dat God de plek wil zijn om thuis te komen, maakte dat steeds maar thuis zijn draaglijk. Nu alles weer meer opengaat en de drukte ons huis en ons leven weer binnenkomt, mag het van mij wel blijven, dat gedragen rustige weten “dat ik mag zijn met jou”, “dat ik mag zijn van jou”. “Bij jou in huis ben ik goed af.”

Marjanne Dijk

Donderdag 2 juli

Over de Bijbel

Dat was een leuke meditatie van Riet van der Wenden. Het jonge paar had een Tekst uit De Bijbel, het Boek der Boeken, op de trouwkaart gezet. Of was het een zinnetje uit een gewoon boek, toevallig uit dit boek, de bijbel?

Het is maar net welke betekenis je eraan geeft. Aan de tekst, en aan de Bijbel/bijbel dus ook.

De vrijgemaakte kerk in Hattem heeft een predikant beroepen. Het stond op de voorpagina van de Stentor. Groot nieuws blijkbaar. Want de nieuwe dominee is een vrouw. Ze is jong, in de dertig. Dus ook een portretfoto bij het bericht, op groot formaat. Zo werkt dat. Maar dat terzijde.

Maar waarom is dit eigenlijk groot nieuws? Omdat het tot nu toe niet mocht, vrouwelijke voorgangers bij de vrijgemaakten. Geen vrouw in het ambt. Want dat stond in De Bijbel. Maar De Bijbel is ook daar De Bijbel niet meer. Ze zien nu de mening van een man, van Paulus, gebonden aan tijd en persoon.

Prima hoor, dat ze daar ook tot dit inzicht zijn gekomen. Dat geeft veel ruimte, en daar ontbrak het in die kring nogal aan. Maar wel apart dat we ook nog konden lezen dat de gemeente in Hattem naar Gods Woord wil proberen te leven. Dat wordt weer lastig, want daar komt dan De Bijbel, het Boek der Boeken, weer op tafel.

Ze schaatsen daar in Hattem op glad ijs. De Bijbel of de bijbel. Ene been: Woord van God. Andere been: mensenwoord, het is Paulus maar.

Wij schaatsen al heel lang op dit ijs. Zie de meditatie van Riet. Lezen we Liefde, of liefde, in 1 Corintiërs? Of maakt het niet uit?
God spreekt door of in mensenwoorden. Dat is een algemeen inzicht. Maar het is altijd zoeken en aandachtig luisteren. Waar wordt iets dat door mensen is geschreven tot een woord van God?

Men laat het vaak voorkomen alsof het gezag van de Bijbel vooropgaat. De Bijbel is er eerst, zo wordt het voorgesteld, en die Bijbel leert ons dan om in God te gaan geloven.
Maar ik denk dat het andersom is. Je gelooft eerst in God. En daarna komt pas de Bijbel. Geloven leer je van je ouders, of van de juf en de meester op school, en ook in de kerk.
Zo doe je ervaringen op met God. In wat je meemaakt. In wat je bij anderen ziet. En in wat je van Hem leest, wat over Hem wordt verteld. In teksten dus. In liederen, gedichten, stukjes, romans, levensverhalen – en dat alles dus óók in de Bijbel.
Zo kom je God tegen, zo krijgt Hij gestalte,

En in dat hele complex steekt de bijbel, door haar ouderdom en eerbiedwaardigheid, door haar eerlijkheid en diepgang, haar rijkdom van taal en veelzijdigheid van thema’s, met kop en schouders boven alle andere teksten uit. Of, ander beeld: de Bijbel is zo enorm sterk verankerd in het leven zelf, en toont ons op elke bladzijde God als een Vanzelfsprekendheid (!). Daarom iigt zij ten grondslag aan alles wat na haar kwam en nog komt.

Maar het blijft glad ijs, voor de vrijgemaakten in Hattem, en net zo goed ook voor ons. Want we moeten wel onderscheiden. De Bijbel is ook een bibliotheek, we horen een koor van stemmen. Daar zit van alles tussen. Rijp en groen, vreemd en nabij, scherp en wazig, en daarin moeten wij het Woord van God, zijn Stem in zien te ontwaren.

Daar is geen formule voor. Geen principe. Het ijs is glad. Je moet steun vinden bij elkaar. Dat is de theologie, dat is de kerk. Het gaat met vallen en opstaan.
Maar het ijs houdt! Want God laat zich vinden!

Lieve lezers, qua beeld is dit meer iets voor de winter. Maar ik wens u evengoed een mooie zomer. Met open zintuigen, en vooral een open hart.

Ale Pietersma

Meditatie woensdag 1 juli

Mattheüs 11: 2 -15

Laat ik allereerst de tekst weergeven in de statige taal van de Herziene Statenvertaling.

2. Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen,
3. en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander?
4. En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet:
5. blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd;
6. en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.

7. Toen dezen weggingen, begon Jezus tegen de menigte te zeggen over Johannes: Waar bent u in de woestijn naar gaan kijken? Naar een riet dat door de wind heen en weer bewogen wordt?
8. Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar iemand in kostbare kleding gekleed? Zie, zij die kostbare kleding dragen, zijn in de huizen van de koningen.
9. Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar een profeet? Ja, Ik zeg u, zelfs naar veel meer dan een profeet.
10. Want hij is het over wie geschreven staat: zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die voor U uit Uw weg gereed zal maken.
11. Voorwaar, Ik zag u: onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper; maar wie de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is groter dan hij.
12. En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan en geweldenaars grijpen  het.
13. Want al de profeten en de Wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
14. En als u het wilt aannemen: hij is Elia, die komen zou.
15. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.

Bij deze tekst wil ik een paar opmerkingen maken die het lezen en het begrijpen ervan mogelijk kunnen verdiepen.
– Johannes is in de gevangenis beland. Later vertelt het Mattheüsevangelie (hoofdstuk 14) waarom: Johannes had kritiek op de vazal van de Romeinen, koning Herodes Antipas. Deze had zijn zinnen gezet op de vrouw van zijn broer Herodes Filippus. Johannes vond: als je koning van de Joden wilt zijn, dan heb je je aan de Joodse wetten en regels te houden en daar past geen overspel. Zijn kritiek op deze vazal van de Romeinse bezettingsmacht  kostte Johannes de kop, figuurlijk en later zelfs letterlijk. Het is kennelijk van alle tijden: kritiek op autoritaire machthebbers doet criticasters in de gevangenis belanden zoals politici van de oppositie (in Rusland bijv.), journalisten (in Turkije bijv.) en gelovigen (zoals in Bonhoeffer in nazi-Duitsland).

– Ze kunnen dan wel proberen je monddood te maken, je kunt toch spreken, via anderen: Johannes stuurt twee van zijn leerlingen naar Jezus en dan staat er: en (niet zij die leerlingen  maar hij, Johannes) zei tegen Hem.

– Dan blijkt dat de tik van die detentie bij Johannes aangekomen is, want hij uit vragenderwijs zijn twijfel. Hij heeft gehoord wat Jezus allemaal doet, nee, dat zeg ik verkeerd: hij heeft de werken van Christus gehoord, de werken van de Messias. Daarmee bedoelt het Evangelie wat Jezus allemaal gedaan heeft en doet maar benoemt het als wat de Messias deed en doet.

En juist dát brengt Johannes aan het twijfelen. Hij vraagt zich af of Jezus  inderdaad de Messias is of is Hij een voorloper, een verwijzer, een aankondiger? En is Johannes zelf dan een aankondiger van de aankondiger? Wat stelt hij daar in die gevangenis dan nog voor?

– En laat wat Johannes van de Messias, van de Christus gehoord heeft nou precies het antwoord van Jezus zijn.
Dat antwoord bestaat uit woorden uit het profetenboek Jesaja (29:18, 35:5, 61:1). Daarin wordt de doelgroep van de Messias geschetst: blinden, lammen, melaatsen, doven en zelfs doden worden genoemd. Maar wat het Evangelie wijselijk niet van de profeet overneemt dat het tot de daden van de Messias behoort  gevangenen te bevrijden – dat profetenwoord vergeet Jezus uit pastorale overweging aan te halen want dat zou voor Johannes in die gevangenis wat pijnlijk zijn om te horen.

– Jezus prijst zalig wie aan Hem, aan wat Hij gedaan heeft en doet geen aanstoot neemt.
Maar zegt de grote kerkvader en paus Gregorius de Grote aan die tekenen en grote daden die onze Heer daar deed kun je je toch niet storen, die wil je juist bewonderen. Pas toen Jezus gestorven bleek, ontstond er ergernis,  pas toen namen mensen aanstoot, skandalon in het Grieks aan dat schandaal voor gelovigen, deze dwaasheid, een stommiteit  voor de ‘heidenen’ (zo Paulus). Dat wil je toch niet geloven, die machteloze, die vermoorde, die dode God, dat si toch dwaasheid daarin te geloven. 
Gregorius wijst ons zo op het gegeven dat die uitspraak: ‘zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt’ bedoeld is voor de vroegchristelijke gemeente waarvoor Mattheüs de verhalen over en van Jezus Christus verzameld heeft en doorvertelt.

– Dat het adres van die woorden van Jezus de vroegchristelijke gemeente is,  geldt ook die andere uitspraak van vers 15. ‘Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.’ Want in vers 12 is er sprake van het Koninkrijk der hemelen dat geweld wordt aangedaan en waar geweldenaars naar grijpen. Als je oren aan je kop hebt in die dagen, dan hoor je daar onderliggende kritiek op de Romeinse machthebbers, die vervolgers van die Jezus-gelovigen, dat schorriemorrie in die messiaanse gemeentetjes.

– Dat is toch een prachtige manier om de verhouding tussen Johannes en Jezus te vertellen. Jezus  stelt in feite  de vraag : Wat is het beeld dat jullie van Johannes hebben? Een windvaan (riet in de wind bewogen)? Een snel jongen (strak in de kleren)? Nee hè ?! Een profeet, nietwaar? Ja, precies, een profeet!
Helaas waren de leerlingen van Johannes al weg, anders hadden die woorden van Jezus die arme gevangene duidelijk een hart onder de riem gestoken. Want dat zijn toch lovende woorden. Jezus zegt eigenlijk: wat een kerel, die Johannes. In de woorden van de Bijbel: onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Ja. Wat een kerel! Die hoeft toch niet te twijfelen.

Bij de afbeelding:
Gregorius de Grote, paus en kerkvader, heeft uit allerlei plaatselijk en regionaal ontstane tradities van liturgie en kerkzang een eenheid gesmeed.

Volgens een legende uit de negende eeuw was paus Gregorius de Grote de schepper van het hele gregoriaanse repertoire. Een duif zou Gregorius de gezangen in het oor gefluisterd hebben, waarna de heilige ze zingend dicteerde aan een achter een scherm gezeten schrijver. Nieuwsgierig geworden door de vele onderbrekingen in de voordracht van de paus besloot de schrijver een kijkje aan de andere kant van het scherm te nemen. Daar zag hij op de schouder van Gregorius de duif zitten (symbool van de Heilige Geest).

Ad Geerling

Getagd met