Meditatie 25 november

Meditatie 25 november

Godsdienstige vorming op de basisschool, een voorbeeld

Opgegroeid in een fijn hervormd onderwijsgezin was het tijdens mijn studie een logische keuze het diploma christelijk kleuteronderwijs en het diploma bijbels onderwijs (volledige bevoegdheid voor de basisschool ) te behalen. Ook bij het solliciteren voor een baan op een christelijke school was het verplicht deze diploma’s te hebben. Vooral bij het voorbereiden van het mondelinge examen was het noodzakelijk goed na te denken over de keuze en ook hoe je het in de praktijk van plan was vorm te gaan geven. Ik weet nog goed dat er naast de docent godsdienst een rijksgecommitteerde aanwezig was bij het examen. Eén van de studieboeken: ‘ Het gegeven Woord ‘ van drs.A.B.Lam is na al die tijd nog steeds bruikbaar. De schrijver noemt het boek een praktisch-theologisch handboek: het geeft niet alleen adviezen voor de praktijk, maar het is ook vooral een principiële bezinning op die praktijk: ik citeer:

“Wij moeten vertellen wat er staat in het aangewezen gedeelte van de Bijbel. We moeten het woord werkelijk en duidelijk aan het woord laten. We hebben zo onze vaste ideeën over God, over Jezus en via onze vertellingen dragen wij deze ideeën over op onze leerlingen.”  De schrijver vindt echter dat het onze hartstocht moet zijn de Bijbel zelf aan het woord te laten komen in de bijbelvertelling.: “De Bijbel vertelt geen losse verhalen, de Bijbel vertelt een geschiedenis. Die geschiedenis moeten wij navertellen, zo nauwkeurig, zo zorgvuldig mogelijk”. 
In de tijd dat dit boek geschreven is bestonden er nog geen godsdienstmethodes en werd er verteld uit een kinderbijbel of werd het verhaal voorbereid vanuit de Bijbel. Tegenwoordig zijn er godsdienstmethodes waarin naast de verhalen ook suggesties voor gesprekken, gebeden, liederen en verwerkingen staan. Van groep 1 t/m 8 wordt hetzelfde verteld of voorgelezen, alleen dan aangepast aan het niveau en de belevingswereld van het kind. Een enkele keer kan ik niet zoveel met hoe het verhaal beschreven staat en denk ik terug aan wat drs. Lam bedoelde met zijn boek. Soms vertel ik het dan met andere woorden of kies ik een ander verhaal. Ook horen daar platen bij of soms ander aanschouwelijk materiaal. Regelmatig wordt er een nieuw lied aangeleerd en ik gebruik hier o.a. de bundel ‘Alles wordt nieuw ’ voor, geschreven door Hanna Lam, inderdaad de vrouw van drs. Lam, en Wim ter Burg. Kinderliederen gebaseerd op bijbelse teksten. Tenslotte neem ik u even mee naar afgelopen vrijdag:

Als de kleuters in de kring zitten wordt er zoals elke dag een kaars aangestoken en zingen we: “Kaars, jij mag branden, jij geeft aan ons je licht; Jij bent een teken: God houdt ons in het zicht.” Daarna uit het liedboek: “Goedemorgen, welkom allemaal…..” Deze dag vraag ik aan de kinderen waar het verhaal de vorige dag over ging. Soms wordt het bijna letterlijk terug verteld. Vandaag leer ik het lied aan wat bij het verhaal hoort: “Waarom staan die stenen daar, zomaar in het land? Twaalf stenen bij elkaar, aan de waterkant? Is het soms een spelletje, nee ’t is een verhaal. Luister, ik vertel het je, allemaal!”

Laten we elkaar blijven vertellen over verhalen uit de Bijbel.

Sytske Nijmeijer-Hanegraaf