Psalm 62

Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding – psalm 62

WaterreusHet is hout. Een boomstronk. En oud. Als je het van verre ziet hangen zou je denken dat dat het is wat aan de muur een plaats heeft gekregen. Een willekeurig stuk hout. Een gewone afgezaagde stam uit een bos. Enigszins vergaan door weer en wind.

Maar dichterbij bekeken vormt het werkstuk van Tom Waterreus zich. Het hout krijgt beweging. De boomstam heeft diepte. Uiteindelijk zie ik wat er uit het ogenschijnlijk dorre en gewone en houterige naar boven komt. Een mens, een mens met het gezicht naar boven. David. Koning David. Hij werpt zijn ogen op naar de hemel. Hij zou zo kunnen spreken met het woord uit psalm 62: “Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van hem komt mijn redding”.

Koning David, die glorierijke koning David, kon soms ook zo verbonden aan de aarde zijn. Al de pijn rondom tragiek met de vriendschap van Saul en Jonathan, de glorie van zijn koningschap, het wrange van het kleine uit het oog verliezen, het schuldig van de verlokkingen en de te grote uitbundigheid. David, de herdersjongen die koning werd in Gods naam. In zijn eigen leven wist hij van de eenvoud en de rijkdom, van overwinnen en verliezen, van trouw en ontrouw, van dood en leven. Het leven kon aan hem knagen. Ook aan hem. Het is een gave dat er allerlei liederen zijn, waaronder deze psalm 62, die aan hem worden toeschreven. Zijn leven, zijn hart, zijn geloof ligt erin.

Die woorden komen bij mij op als wij in de kerk de veertigdagentijd voor ons hebben liggen. Het is de tijd, in voorbereiding op Pasen, waarin het leven meer dan anders nog in het geheel wordt gezien. De weg naar Pasen is er een van oog hebben voor de rijkdom van de eenvoud en de kracht van goedheid, voor de scherpte van gebrokenheid en het ruwe van de dood. Soms, soms is niet meer te zien of te ervaren waar het begin van het leven is, of waar het naar toe moet – alsof het vormeloos en houterig en afgezaagd is. Daar staan wij bij stil in de tijd voor Pasen. En we zoeken een weg daar doorheen naar de morgen van Pasen.

Die beweging zie ik terug in die boomstam. Het hout blijkt een beweging in zich te dragen. Een gezicht heft zich op. Een gezicht van David. Het houterige en ruwe en vormeloze gaat over in die gestalte die het lied zong “Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust”. En zo beweegt het hout zich naar het licht. Openheid naar de Eeuwige. Het gezicht opgeheven. Het leven vinden bij degene die het leven geeft.

In de veertigdagentijd van 2015 lagen er handen van de kunstenaar Tom Waterreus in de Open Kring. Nu de veertigdagentijd 2016 voor ons ligt denk ik weer aan deze bijzondere Zwolse kunstenaar – in dankbaarheid vanwege die expositie van zijn kruisweg.

Ds. Margo Jonker

Geplaatst in nieuws