Rommel

Heel veel afval zie je langs de weg. Als je fietst is het niet op te tellen: blikjes, papiertjes, zakken, zakjes, flessen van plastic en van glas, allerlei dingen die van fietsen afvallen. En dan heb ik het nog niet eens over verloren handschoenen, shawls en mutsen. En knuffels of kinderschoenen. Hoe persoonlijker de categorie zwerfvuil wordt, hoe vaker je ziet er zorg aan afval besteed wordt: mutsen aan takken, kinderschoenen op paaltjes geplaatst, knuffels neergezet in de oksel van een boomtak.

Als ik fiets, doe ik eigenlijk niets met die rommel. Behalve dat ik denk: Het zou er niet moeten zijn. Ik zou het kunnen oprapen. Het mag daar eigenlijk niet liggen. Welke dieren zouden daarin bijten en er uiteindelijk aan dood gaan? Waarom ruim ik dat niet op? Waarom laten mensen dat slingeren? En als iedereen nu, inclusief ikzelf, iedere dag iets opruimt zou het er onderweg iets mooier uitzien. Zal ik hier eens met een vuilniszak rommel gaan rapen?

Ik heb het nog nooit gedaan.

De kunstenares Moniek Westerman heeft een vis gemaakt van afval in en aan zee gevonden. Dat wat vissen kunnen inslikken, of dat waar vissen in verstrikt kunnen raken heeft zij bijeengeraapt en daar een vis van gemaakt. Een afvalvis. Een vis van de rommel van een ander. En doordat de afval in een vis veranderd is kan een ander, een andere vis daarin niet meer in vast komen te zitten.

In de bijbel komt het beeld van de vis ook voor. Mensen die zijn als visser. Vissen die er zijn voor mensen. Vissers die vissers van mensen worden. Jezus, die Ichtus genoemd wordt, wat vis betekent. Zijn ‘zijn’ is vis zijn. “Hij is visser en vis”, zegt de dichter Martinus Nijhoff. Een vis die te maken heeft met de rommel in een mensenleven. Of met wat voor rommel het leven kan zijn. Niet in de trant van overbodigheid. Maar wel in de betekenis van onoverzichtelijk, verstrikking, daar waar een mens in vast kan komen te zitten.

Ik denk dan aan de moeilijke structuren die families vormgeven. De gezamenlijke geschiedenis en de verschillende ervaringen die je hebt in een gezin en die je toch uiteen kunnen drijven. En ik denk aan de moeite die je als mens met je zelf kunt hebben, dat je ziek bent, of beperkt, dat je soms een flapuit bent ten koste van een ander, of dat je soms met terughoudendheid verwarring oproept. Terwijl je dat niet wilt. En natuurlijk denk ik ook aan alle rommel die wij mensen er in politiek en internationaal verband van maken. Natuurlijk met goede bedoelingen. Maar het is zo moeilijk om een goede bedoeling niet te laten verstrikken en verstikken in dat wat mensen elkaar nadragen aan onbegrip, misinterpretatie, haat en woede.

Ik denk niet dat Jezus als vis mijn rommel kan opruimen. Ik denk ook niet dat al mijn rommel bijeengeraapt kan worden tot een vis en dat ik er dan vanaf ben. Maar ik geloof wel, dat mijn geloof me helpt om met mijn rommel om te gaan. Geloof in de kracht die een mens ontvangt van God om het leven te zien, met alle rommel die er is, en je daarin te bewegen, of daarin een weg te vinden, en soms ook in het leven rommel achter te kunnen laten. Dat ik niet vastgebonden zit, verstrikt in het verleden. En een ander ook niet. Maar dat ik steeds weer een nieuw begin aangereikt krijg. Rommel, die gekend en bijeengeraapt wordt in een vis. Omdat God er is die mijn menselijkheid kent, en de rommel, en dat in zich opneemt. En losmaakt, als uit een diepe donkere nacht, en een nieuwe morgen aanreikt. Telkens weer geeft God de mogelijkheid om visser te kunnen zijn. En vis. Ongebonden en vrij.

En telkens weer kan ik dan met nieuwe ogen de wereld inkijken. En de rommel zien. Om dan te doen wat ik nog nooit heb gedaan. Allereerst met een vuilniszak de rommel opruimen die ik zie rondom de Mastenbroekerbrug.

Margo Jonker

Geplaatst in nieuws